Taalgids

nl Bijzinnen met of   »   lt Šalutiniai sakiniai su ar

93 [drieënnegentig]

Bijzinnen met of

Bijzinnen met of

93 [devyniasdešimt trys]

Šalutiniai sakiniai su ar

U kunt op elke blanco klikken om de tekst te zien of:   
Nederlands Litouws Geluid meer
Ik weet niet of hij van me houdt. (A-) n------- a- j-- m--- m---. (Aš) nežinau, ar jis mane myli. 0
Ik weet niet of hij terugkomt. (A-) n------- a- j-- g---. (Aš) nežinau, ar jis grįš. 0
Ik weet niet of hij me belt. (A-) n------- a- j-- m-- p---------. (Aš) nežinau, ar jis man paskambins. 0
Of hij wel van me houdt? Ar j-- m--- m---? Ar jis mane myli? 0
Of hij wel terugkomt? Ar j-- g---? Ar jis grįš? 0
Of hij me wel belt? Ar j-- m-- p---------? Ar jis man paskambins? 0
Ik vraag me af of hij aan me denkt. Aš k------ s----- a- j-- a--- m--- g------. Aš klausiu savęs, ar jis apie mane galvoja. 0
Ik vraag me af of hij een ander heeft. Aš k------ s----- a- j-- t--- k---. Aš klausiu savęs, ar jis turi kitą. 0
Ik vraag me af of hij liegt. Aš k------ s----- a- j-- n--------. Aš klausiu savęs, ar jis nemeluoja. 0
Of hij wel aan me denkt? Ar j-- a--- m--- g------? Ar jis apie mane galvoja? 0
Of hij misschien een ander heeft? Ar j-- t--- k---? Ar jis turi kitą? 0
Of hij wel de waarheid spreekt? Ar j-- s--- t----? Ar jis sako tiesą? 0
Ik betwijfel of hij me echt mag. (A-) a------- a- (a-) j-- t----- p------. (Aš) abejoju, ar (aš) jam tikrai patinku. 0
Ik betwijfel of hij mij schrijft. (A-) a------- a- j-- m-- p------. (Aš) abejoju, ar jis man parašys. 0
Ik betwijfel of hij met mij trouwt. (A-) a------- a- j-- m--- v--. (Aš) abejoju, ar jis mane ves. 0
Of hij me wel echt mag? Ar t----- a- j-- p------? Ar tikrai aš jam patinku? 0
Of hij me wel schrijft? Ar j-- m-- p------? Ar jis man parašys? 0
Of hij wel met me trouwt? Ar j-- m--- v--? Ar jis mane ves? 0

Hoe leren de hersenen grammatica?

Als baby's beginnen wij onze moedertaal leren. Dit gebeurt geheel automatisch. We merken er niets van. Onze hersenen moeten echter bij het leren veel veroorloven. Als we bijvoorbeeld grammatica leren, moet het veel werk verrichten. Elke dag hoort de hersenen nieuwe dingen. Het krijgt steeds nieuwe impulsen. De hersenen kunnen niet elke puls individueel verwerken. Het moet economisch handelen. Daarom gaan de hersenen zich op regelmatigheden oriënteren. De hersenen herinnert hoe vaak het iets hoort. Het registreert hoe vaak een bepaald ding voorkomt. Uit deze voorbeelden worden vervolgens dan een grammaticale regel gemaakt. Kinderen weten of een zin juist of onjuist is. Ze weten echter niet waarom dat zo is. De hersenen kennen de regels, zonder dat ze het geleerd te hebben. Volwassenen gaan de talen op een ander manier leren. Ze weten al de structuren van hun moedertaal. Deze vormen de basis voor de nieuwe grammatica regels. Volwassenen hebben echter onderwijs nodig om te kunnen leren. Bij het leren van de grammatica gebruiken de hersenen een vast systeem. Dat wordt bijvoorbeeld door zelfstandige naamwoorden en werkwoorden zichtbaar. Ze worden in verschillende hersengebieden opgeslagen. Bij de verwerking zijn verschillende gebieden actief. Ook worden eenvoudige regels anders geleerd dan complexe regels. Bij complexe regels gaan verschillende hersengebieden samenwerken. Het is nog niet onderzocht hoe de hersenen de grammatica gaat leren. Ze weten echter wel dat het theoretisch gezien elke grammatica kan leren...