Nederlands » Fins   Voegwoorden 1


94 [vierennegentig]

Voegwoorden 1

-

94 [yhdeksänkymmentäneljä]

Konjunktioita 1

94 [vierennegentig]

Voegwoorden 1

-

94 [yhdeksänkymmentäneljä]

Konjunktioita 1

Klik om de tekst te zien:   
Nederlandssuomi
Wacht tot het ophoudt met regenen. Od--- k----- s--- l-----.
Wacht tot ik klaar ben. Od--- k----- o--- v-----.
Wacht tot hij terugkomt. Od--- k----- h-- t---- t-------.
   
Ik wacht tot mijn haar droog is. Od---- k----- h------- o--- k-----.
Ik wacht tot de film afgelopen is. Od---- k----- e------ l-----.
Ik wacht tot het stoplicht groen is. Od---- k----- l----------- v------ v--------.
   
Wanneer ga je op vakantie? Mi----- l----- l------?
Nog voor de zomervakantie? Vi--- e---- k--------?
Ja, nog voor de zomervakantie begint. Ky---- v---- e---- k--- k------- a----.
   
Repareer het dak voor de winter begint. Ko---- k----- e---- k--- t---- t----.
Was je handen voor je aan tafel gaat. Pe-- k------ e---- k--- i------- p------.
Doe het raam dicht voor je naar buiten gaat. Su--- i----- e---- k--- m---- u---.
   
Wanneer kom je naar huis? Mi----- t---- k-----?
Na de les? Op------- j--------?
Ja, nadat de lessen afgelopen zijn. Ky---- s-- j------ k-- o----- o- l-------.
   
Nadat hij een ongeluk gehad had, kon hij niet meer werken. On----------- j------ h-- e- v----- t---- t----.
Nadat hij zijn baan kwijt was, is hij naar Amerika gegaan. Me---------- t------ h-- m----- A---------.
Nadat hij naar Amerika gegaan was, is hij rijk geworden. Me------ A---------- h-- r-------.
   

Hoe gaan mensen twee talen in één keer leren

Vreemde talen worden tegenwoordig steeds belangrijker. Veel mensen leren een vreemde taal. Maar er zijn vele interessante talen op de wereld. Daarom gaan sommige mensen meerdere talen gelijktijdig leren. Het is meestal geen probleem wanneer kinderen tweetalig opgroeien. De hersenen gaan beide talen automatisch leren. Als ze groter zijn, weten ze waartoe elke taal behoort. Tweetalige mensen kennen de typische kenmerken van beide talen. Bij volwassenen is het anders. Ze kunnen niet zo gemakkelijk twee talen gelijktijdig leren. Wie twee talen gelijktijdig leren wil, moeten een paar regels in acht nemen. Allereerst is het van groot belang om beide talen te vergelijken. Talen die behoren tot dezelfde familietaal, lijken zeer veel op elkaar.

Dit kan tot verwarring leiden. Daarom is het zinvol om beide talen precies te analyseren. Men kan bijvoorbeeld een lijst schrijven. Daar kunnen de overeenkomsten en verschillen opgeschreven worden. Zo moeten de hersenen zich intensief met beide talen bezighouden. Het onthoudt beter wat de specifieke kenmerken van de twee talen zijn. Ook moeten ze de eigen kleuren en dossier voor iedere taal kiezen. Dit helpt de talen duidelijk te scheiden. Het is anders wanneer u verschillende talen leert. Bij zeer verschillende talen is er geen gevaar voor verwarring. Er bestaat een risico dat de talen met elkaar vergeleken worden! Maar het zou beter zijn om de talen met de moedertaal te vergelijken. Wanneer de hersenen het contrast herkent, dan leert het efficiënter. Het is ook van groot belang dat de twee talen met gelijke mate geleerd worden. Theoretisch gezien maakt het de hersenen niets uit hoeveel talen hij leert...
Raad de taal!
_______ is de moedertaal van ongeveer 12 miljoen mensen. De meerderheid woont in ******ë en de andere landen van Zuidoost-Europa. _______ behoort tot de Zuid-Slavische talen. Met het Kroatisch en Bosnisch is het nauw verwant. De grammatica en woordenschat zijn zeer vergelijkbaar. De verstandhouding tussen ******ërs, Kroaten en Bosniërs is daarom geen probleem. Het _______e alfabet beschikt over 30 letters.

Ieder van hun heeft een uniek uitspraak toegekend gekregen. De nadruk ligt parallel met de traditionele toontalen. In China verandert bijvoorbeeld met de toonhoogte van de lettergrepen ook hun betekenis. Dit is vergelijkbaar in het _______. Alleen speelt hier de hoogte van de beklemtoonde lettergrepen een rol. De sterk verbogen taalstructuur is een kenmerk van de _______e taal. Dit wil zeggen dat zelfstandige naamwoorden, werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en voornaamwoorden altijd gebogen zijn. Iedereen die geïnteresseerd is in grammaticale structuren moet zeker _______ leren!