Nederlands » Koreaans   In de trein


34 [vierendertig]

In de trein

-

34 [서른넷]
34 [seoleunnes]

기차 안에서
gicha an-eseo

34 [vierendertig]

In de trein

-

34 [서른넷]
34 [seoleunnes]

기차 안에서
gicha an-eseo

Klik om de tekst te zien:   
Nederlands한국어
Is dat de trein naar Berlijn? 저게 베--- 기---?
j---- b------------- g--------?
Wanneer vertrekt de trein? 기차- 몇 시- 떠--?
g------ m----- s-- t-------?
Wanneer komt de trein in Berlijn aan? 기차- 몇 시- 베--- 도---?
g------ m----- s-- b---------- d----------?
   
Pardon, mag ik er langs? 죄송---- 지--- 돼-?
j-------------- j------- d-----?
Ik denk dat dat mijn plaats is. 이건 제 자-- 것 같--.
i---- j- j----- g--- g------.
Ik geloof dat u op mijn plaats zit. 당신- 제 자-- 앉- 있- 것 같--.
d-------- j- j---- a---- i------ g--- g------.
   
Waar is de slaapwagen? 침대-- 어---?
c----------- e-------?
De slaapwagen is aan het eind van de trein. 침대-- 기-- 끝- 있--.
c------------- g------ k------ i-------.
En waar is de restauratiewagen? – Aan het begin. 식당-- 어- 있--? – 앞---.
s------------- e--- i-------? – a---------.
   
Mag ik beneden slapen? 밑에- 자- 될--?
m------- j--- d--------?
Mag ik in het midden slapen? 중간-- 자- 될--?
j------------ j--- d--------?
Mag ik boven slapen? 위에- 자- 될--?
w----- j--- d--------?
   
Wanneer zijn we bij de grens? 언제 국-- 도---?
e---- g---------- d----------?
Hoe lang duurt de reis naar Berlijn? 베를--- 얼-- 걸--?
b------------- e------ g---------?
Heeft de trein vertraging? 기차- 지---?
g------ j-----------?
   
Heeft u iets te lezen? 읽을 것- 있--?
i------ g----- i-------?
Kun je hier iets te eten en te drinken krijgen? 여기- 먹- 것- 마- 것- 살 수 있--?
y------- m------- g------ m---- g------- s-- s- i-------?
Kunt u mij om 7.00 uur wekken? 저를 일- 시- 깨- 주---?
j------ i---- s-- k----- j----------?
   

Baby's zijn liplezers!

Als baby's leren praten, kijken ze naar de lippen van hun ouders. Dat hebben ontwikkelingspsychologen ontdekt. Bij ongeveer zes maanden oud beginnen baby's te liplezen. Ze leren hoe ze hun mond moeten vormen om geluiden te produceren. Als baby's één jaar oud zijn, beginnen ze al enkele woorden te begrijpen. Vanaf deze leeftijd kijken ze de mensen opnieuw in de ogen. Zo krijgen ze heel wat belangrijke informatie binnen. Ze kunnen in de ogen van hun ouders zien of ze blij of verdrietig zijn. Ze leren hierdoor de wereld van gevoelens kennen. Het wordt interessant als we samen in een vreemde taal gaan praten. Dan beginnen baby's namelijk weer te liplezen. Daardoor leren ze ook vreemde geluiden te herkennen. Als u praat met baby's, moet u ze altijd aankijken.

Daarnaast gebruiken baby's hun taalontwikkeling voor een dialoog, Ouders gaan namelijk vaak herhalen wat baby's zeggen. Zo krijgen baby's een terugkoppeling. Dit is van groot belang voor kleine kinderen. Ze weten dan dat ze begrepen worden. Deze bevestiging motiveert de baby's. Ze hebben daarmee meer plezier met het leren praten. Het is niet voor baby's niet genoeg om alleen audio geluiden te laten afspelen. Studies hebben aangetoond dat baby's werkelijk kunnen liplezen. In experimenten werden aan kleine kinderen video's zonder geluid getoond. Dat waren video's in de moedertaal van de baby's en in vreemde talen. De baby's keken langer naar de video's in hun eigen taal. Ze waren daarbij ook meer oplettend. De eerste woorden van baby's zijn echter wereldwijd hetzelfde. Mama en papa - dat is in alle talen gemakkelijk uit te spreken.
Raad de taal!
_______ behoort tot de West-Slavische talen. Het is de moedertaal van meer dan 45 miljoen mensen. Ze leven vooral in Polen en in verschillende landen van Oost-Europa. _______e emigranten hebben hun eigen taal ook naar andere continenten gebracht. Zo zijn er 60 miljoen mensen wereldwijd die _______ spreken. Zo is het na Russisch de meest gesproken Slavische taal. _______ is nauw verwant met Tsjechisch en Slowaaks.

De moderne _______e literaire taal is voortgekomen uit verschillende dialecten. Er zijn tegenwoordig nauwelijks nog dialecten, omdat de meeste Polen de standaardtaal gebruiken. Het _______e Alfabet wordt in het Latijn geschreven, en heeft 35 letters. Op de voorlaatste lettergreep van een woord zal altijd de nadruk liggen. De grammatica onderscheidt zeven gevallen en drie geslachten. Bijna elk woordeinde is dus gedaald of geconjugeerd. _______ behoort daardoor niet per se tot de makkelijkste talen... Maar het wordt al snel één van de belangrijkste talen van Europa!