Jezikovni vodič

sl Čustva   »   nl Gevoelens

56 [šestinpetdeset]

Čustva

Čustva

56 [zesenvijftig]

Gevoelens

Izberite, kako želite videti prevod:   
slovenščina nizozemščina Igraj Več
Uživati z---h-bb-n zin hebben z-n h-b-e- ---------- zin hebben 0
Mi uživamo (se imamo prijetno). / Midva (Medve) uživava (se imava prijetno). Wij--e-----z-n. Wij hebben zin. W-j h-b-e- z-n- --------------- Wij hebben zin. 0
Ne uživamo (uživava). W-j-heb-----e---z-n. Wij hebben geen zin. W-j h-b-e- g-e- z-n- -------------------- Wij hebben geen zin. 0
bati se b--g -i-n bang zijn b-n- z-j- --------- bang zijn 0
Bojim se. Ik be--b-n-. Ik ben bang. I- b-n b-n-. ------------ Ik ben bang. 0
Ne bojim se. I- ben niet-----. Ik ben niet bang. I- b-n n-e- b-n-. ----------------- Ik ben niet bang. 0
imeti čas ti---he-b-n tijd hebben t-j- h-b-e- ----------- tijd hebben 0
On ima čas. Hi- -e--- t-jd. Hij heeft tijd. H-j h-e-t t-j-. --------------- Hij heeft tijd. 0
On nima časa. Hij -eeft-g-en-t-jd. Hij heeft geen tijd. H-j h-e-t g-e- t-j-. -------------------- Hij heeft geen tijd. 0
dolgočasiti se z-c- -----len zich vervelen z-c- v-r-e-e- ------------- zich vervelen 0
Ona se dolgočasi. (Njej je dolgčas.) Zij----vee-- ----. Zij verveelt zich. Z-j v-r-e-l- z-c-. ------------------ Zij verveelt zich. 0
Ona se ne dolgočasi. (Njej ni dolgčas.) Zij v-r-e-l- zi-h--i--. Zij verveelt zich niet. Z-j v-r-e-l- z-c- n-e-. ----------------------- Zij verveelt zich niet. 0
biti lačen honge-----b-n honger hebben h-n-e- h-b-e- ------------- honger hebben 0
Ali ste lačni? Hebben-----ie ---g-r? Hebben jullie honger? H-b-e- j-l-i- h-n-e-? --------------------- Hebben jullie honger? 0
Ali niste lačni? H----- -ullie -e-------e-? Hebben jullie geen honger? H-b-e- j-l-i- g-e- h-n-e-? -------------------------- Hebben jullie geen honger? 0
biti žejen d---- -ebben dorst hebben d-r-t h-b-e- ------------ dorst hebben 0
Vi ste žejni. (Ve ste žejne.) Zij----b-n d-r--. Zij hebben dorst. Z-j h-b-e- d-r-t- ----------------- Zij hebben dorst. 0
Vi niste žejni. (Ve niste žejne.) Zij-hebb-- ge---do--t. Zij hebben geen dorst. Z-j h-b-e- g-e- d-r-t- ---------------------- Zij hebben geen dorst. 0

-

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -