50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Basic:


10/23/2020
3
0
0:00 sec
Yes
Test 3      |
|
Go to test:

0/15

Click on a word!
1.ići kućinaar huis  
2.Kako je visok!Wat is groot!  
3.prvi, prva, prvo / het eerste  
4.Dobro, uzeću sobu.Goed, neem de kamer.  
5.Moraš spakovati naš kofer! moet onze koffer inpakken!  
6.Danas igra dobar film.Vandaag draait er een goede .  
7.Kada ste rođeni?Wanneer bent u ?  
8.mi smo na stranici 5wij zijn op vijf / wij zijn op bladzijde vijf  
9.prema nazad / unazadnaar  
10.Trebam vučnu službu.Ik heb een takeldienst .  
11.Jedeš li i ti rado papriku?Eet je ook graag ?  
12.Koliko košta do aerodroma? kost het naar de luchthaven?  
13.bilo koiemand / de een of ander / wie dan  
14.čitati novinede krant  
15.Peti dan je petak. vijfde dag is vrijdag.