50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Základní:


04/21/2021
3
0
0:00 sec
Yes
Test 3      |
|
Přejít na test:

0/15

Klikněte na slovíčko!
1.jít domůnaar huis  
2.Jak je veliký! / Jak je vysoký!Wat is groot!  
3.první / het eerste  
4.Dobře, chci ten pokoj.Goed, neem de kamer.  
5.Musíš nám sbalit kufr! moet onze koffer inpakken!  
6.Dnes se hraje dobrý film.Vandaag draait er een goede .  
7.Kdy jste se narodil?Wanneer bent u ?  
8.jsme na straně 5wij zijn op vijf / wij zijn op bladzijde vijf  
9.dozadunaar  
10.Potřebuji odtahovou službu.Ik heb een takeldienst .  
11.Máš také rád / ráda papriku?Eet je ook graag ?  
12.Kolik to stojí na letiště? kost het naar de luchthaven?  
13.někdo / kdokoliiemand / de een of ander / wie dan  
14.číst novinyde krant  
15.Pátý den je pátek. vijfde dag is vrijdag.