50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Elementare:


08/13/2020
80
0
0:00 sec
Yes
Test 80      |
|
Vai al test:

0/15

Clicca una parola!
1.andare in autobusmet de gaan  
2.Vorrei un bicchiere di vino rosso.Ik wil graag glas rode wijn.  
3.Lei fuma? u?  
4.Alla donna piacciono la spremuta d’arancia e il succo di pompelmo.De houdt van sinaasappel- en grapefruitsap.  
5.Lo trovo orribile.Ik vind vreselijk.  
6.Vogliamo pranzare.Wij graag lunchen.  
7.Io pulisco il bagno.Ik de badkamer schoon.  
8.Dove sono i bicchieri? zijn de glazen?  
9.Vorrei un antipasto.Ik graag een voorgerecht.  
10.Dove sono i leoni?Waar de leeuwen?  
11.fare / intraprendere un viaggioeen reis / op reis gaan  
12.dal principio alla finevan het begin tot eind  
13.57 [cinquantasette]57 [ ]  
14.Hai una nuova cucina? jij een nieuwe keuken?  
15.ottobre, novembre e dicembre. , november en december.