50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


01/22/2021
3
0
0:00 sec
Yes
Test 3      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.naar huis gaan kući  
2.Wat is hij groot!Kako visok!  
3.de / het eersteprvi, , prvo  
4.Goed, ik neem de kamer. , uzeću sobu.  
5.Je moet onze koffer inpakken! spakovati naš kofer!  
6.Vandaag draait er een goede film. igra dobar film.  
7.Wanneer bent u geboren?Kada ste ?  
8.wij zijn op pagina vijf / wij zijn op bladzijde vijfmi na stranici 5  
9.naar achterenprema / unazad  
10.Ik heb een takeldienst nodig.Trebam vučnu .  
11.Eet je ook graag paprika?Jedeš li i ti rado ?  
12.Hoeveel kost het naar de luchthaven? košta do aerodroma?  
13.iemand / de een of ander / wie dan ook ko  
14.de krant lezenčitati  
15.De vijfde dag is vrijdag.Peti je petak.