50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


02/03/2023
3
0
0:00 sec
Yes
Test 3      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.naar huis gaan domů  
2.Wat is hij groot! je veliký! / Jak je vysoký!  
3.de / het eerste  
4.Goed, ik neem de kamer.Dobře, chci ten .  
5.Je moet onze koffer inpakken!Musíš nám kufr!  
6.Vandaag draait er een goede film.Dnes se hraje film.  
7.Wanneer bent u geboren?Kdy jste narodil?  
8.wij zijn op pagina vijf / wij zijn op bladzijde vijfjsme straně 5  
9.naar achteren  
10.Ik heb een takeldienst nodig. odtahovou službu.  
11.Eet je ook graag paprika?Máš také / ráda papriku?  
12.Hoeveel kost het naar de luchthaven? to stojí na letiště?  
13.iemand / de een of ander / wie dan ook / kdokoli  
14.de krant lezenčíst  
15.De vijfde dag is vrijdag.Pátý je pátek.