50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/30/2020
33
0
0:00 sec
Yes
Test 33      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Is het museum donderdags geopend?Má muzeum ve otevřeno?  
2.Ik wil naar de krantenwinkel om een krant te kopen.Chci ke stánku koupit noviny.  
3.Ik wil graag een kamer met douche. pokoj se sprchou.  
4.Dat is geweldig!To je výborné! / To je !  
5.Japan ligt in Azië. leží v Asii.  
6.het is precies vijf uur přesně pět hodin  
7.zin hebben ommít chuť... (inf.) / mít na... (akk.)  
8.Zij leren Russisch. se učí rusky.  
9.Ga links de hoek om. rohu zahněte doleva.  
10.Goedemorgen! / Goedendag! ráno! / Dobrý den!  
11.De zevende dag is zondag. den je neděle.  
12.een been brekenzlomit si  
13.Hoe lang duurt de reis naar Berlijn?Jak dlouho trvá cesta do ?  
14.Mag ik een betalingsbewijs?Prosím, mi účet.  
15.een eigen auto / wagen hebbenmít vlastní