50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


05/08/2021
41
0
0:00 sec
Yes
Test 41      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.zijn medicijn innemenvzít si své  
2.Jij leert Spaans.Ty se učíš .  
3.Heb je een handdoek?Máš ?  
4.Vandaag hebben we tijd.Dnes čas.  
5.Komt u vaker hier?Chodíte často?  
6.dat is erg vriendelijk van u / dat is erg aardig van uto je od Vás milé  
7.Nee, absoluut niet. , vůbec ne.  
8.De douche werkt niet. nefunguje.  
9.ik wilde net weggaan jsem chtěl odejít  
10.Is deze plaats vrij? to místo volné?  
11.Hoeveel keer? ?  
12.ik ben aan de beurt / het is mijn beurtjsem na  
13.Waar is het kleedhokje?Kde je na převlékání?  
14.juli, augustus, september, , srpen, září,  
15.hij komt de kamer in / hij komt de kamer binnenvstoupil / do pokoje / do místnosti