50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


09/21/2021
43
0
0:00 sec
Yes
Test 43      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Ik heb het koud. .  
2.in de lentena  
3.Hij leert Duits.On se německy.  
4.nog altijd ještě / pořád ještě  
5.In orde!V !  
6.de Verenigde StatenSpojené státy  
7.Er staan bomen naast het huis. domu jsou stromy.  
8.Sorry, maar ik heb al plannen.Mrzí mě to, ale už mám v něco jiného.  
9.Heeft u een kamer vrij? volné pokoje?  
10.Ik kom je op kantoor ophalen.Vyzvednu z kanceláře.  
11.Ik wil graag even telefoneren.Rád si zatelefonoval.  
12.Moet men toegang betalen?Musí se platit ?  
13.Kan ik het per luchtpost sturen?Mohu poslat letecky?  
14.de donderdag  
15.steeds beterstále se / (stále) lepší a lepší