50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


06/27/2022
3
0
0:00 sec
Yes
Test 3      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.naar huis gaan hjem  
2.Wat is hij groot!Sikke stor han !  
3.de / het eersteden  
4.Goed, ik neem de kamer. , jeg tager værelset.  
5.Je moet onze koffer inpakken! skal pakke vores kuffert!  
6.Vandaag draait er een goede film.Der går en film i dag.  
7.Wanneer bent u geboren?Hvornår er / du født?  
8.wij zijn op pagina vijf / wij zijn op bladzijde vijf er på side 5  
9.naar achteren  
10.Ik heb een takeldienst nodig.Jeg har brug en bugseringsservice.  
11.Eet je ook graag paprika?Kan også godt lide peberfrugt?  
12.Hoeveel kost het naar de luchthaven?Hvad koster til lufthavnen?  
13.iemand / de een of ander / wie dan ook eller anden  
14.de krant lezenlæse  
15.De vijfde dag is vrijdag. femte dag er fredag.