50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/30/2020
2
0
0:00 sec
Yes
Test 2      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Wij zijn hier.Wir hier.  
2.van boven oben  
3.Ik ben al een jaar werkloos.Ich bin schon ein arbeitslos.  
4.hij studeert in Berlijner studiert in  
5.Hij spreekt Engels. spricht Englisch.  
6.Wat is er op televisie?Was es im Fernsehen?  
7.Waar zijn de neushoorns?Wo sind Nashörner?  
8.Zijn er nog kaartjes voor het theater?Gibt es noch fürs Theater?  
9.Komt u uit Azië? Sie aus Asien?  
10.met winst verkopen Gewinn verkaufen  
11.op de vroege ochtend / op de vroege morgen frühen Morgen / frühmorgens  
12.heel veel mensen viele Leute  
13.Wat draait er vanavond in de bioscoop?Was gibt es heute im Kino?  
14.dat kan zijndas kann  
15.Wanneer komt de trein in Amsterdam aan?Wann kommt der Zug Amsterdam an?