50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/18/2019
38
0
0:00 sec
Yes
Test 38      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Kom eens langs!Besuch mal!  
2.Waar is er een dokter?Wo ist ein ?  
3.in bed liggen Bett liegen  
4.Je hebt een kam, een tandenborstel, en tandpasta nodig.Du brauchst einen Kamm, eine Zahnbürste und .  
5.Welk nummer heeft u gekozen?Welche Nummer Sie gewählt?  
6.er is niemandes ist niemand  
7.Wilt u dat met pasta?Möchten das mit Nudeln?  
8.Heeft u een kat?Haben Sie Katze?  
9.Welk lesmateriaal gebruikt u?Welches benutzen Sie?  
10.Mijn man werkt als arts.Mein ist Arzt von Beruf.  
11.Waar is de dichtstbijzijnde telefooncel? ist die nächste Telefonzelle?  
12.We spelen voetbal.Wir spielen .  
13.vandaag alheute  
14.De sinaasappel is oranje.Die Orange orange.  
15.Gisteren – vandaag – morgenGestern – – morgen