50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


06/23/2021
89
0
0:00 sec
Yes
Test 89      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.op dit moment / op dit ogenblik diesem Augenblick  
2.Goedenacht! / Welterusten!Gute !  
3.bij mooi weerbei Wetter  
4.Ik wil broodjes en brood kopen.Ich will Brötchen Brot kaufen.  
5.Ik wil graag een fles champagne.Ich hätte gern Flasche Sekt.  
6.het ernstig / werkelijk menenes meinen  
7.moeite doen Mühe geben  
8.Ik heb een kast en een commode nodig.Ich brauche einen Schrank und eine .  
9.Waar is het bestek?Wo das Besteck?  
10.Maar spreken en schrijven is moeilijk. sprechen und schreiben ist schwer.  
11.Zij werkt op kantoor.Sie arbeitet im .  
12.53 [drieënvijftig]53 [ ]  
13.op deze manierauf Art und Weise  
14.de jas aantrekkenden anziehen  
15.Er was een ongeluk. gab einen Unfall.