50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/28/2020
3
0
0:00 sec
Yes
Test 3      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.naar huis gaanto go  
2.Wat is hij groot!How tall he !  
3.de / het eerste first  
4.Goed, ik neem de kamer.Fine, take the room.  
5.Je moet onze koffer inpakken!You have to pack suitcase!  
6.Vandaag draait er een goede film.A film is playing today.  
7.Wanneer bent u geboren?When you born?  
8.wij zijn op pagina vijf / wij zijn op bladzijde vijfwe are page 5  
9.naar achteren  
10.Ik heb een takeldienst nodig.I need a service.  
11.Eet je ook graag paprika? you also like to eat peppers?  
12.Hoeveel kost het naar de luchthaven? does it cost to go to the airport?  
13.iemand / de een of ander / wie dan ooksomebody /  
14.de krant lezento the paper  
15.De vijfde dag is vrijdag.The fifth is Friday.