50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


11/17/2019
35
0
0:00 sec
Yes
Test 35      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Hoe bevalt het u bij ons?¿Le nuestro país / nuestra ciudad?  
2.Opent u dit pakket. este paquete.  
3.Dit is mijn gitaar.Aquí está guitarra.  
4.een bad nemenTomar baño  
5.Hij spreekt meerdere talen.Él habla varios .  
6.op de markt el mercado  
7.'s nachtsDe noche / Por noche  
8.Heeft de trein vertraging?¿Lleva tren retraso?  
9.Het is koud.Hace .  
10.Ik wil graag geld van mijn rekening afhalen. sacar dinero de mi cuenta.  
11.koorts hebbenTener  
12.met de bal spelen a la pelota  
13.bezoek / gasten hebben invitados / visita  
14.Gaat u met de skilift naar boven?¿Sube (usted) el telesilla?  
15.hij kan elk moment hier zijn / hij kan elk ogenblik hier zijn(Él) aquí de un momento a otro