50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/17/2019
36
0
0:00 sec
Yes
Test 36      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.We hebben pizza en spaghetti nodig.Nosotros / necesitamos pizza y espagueti.  
2.zijn schulden betalenPagar deudas  
3.op een avond tarde / noche  
4.Is het restaurant open?¿Está abierto el ?  
5.Kun je hier een ligstoel huren?¿Se pueden tumbonas aquí?  
6.Ik houd niet van olijven.No me las aceitunas.  
7.hij heeft geld nodig(Él) dinero  
8.Waar zijn de beren?¿Dónde están los ?  
9.je haren laten knippenCortarse pelo  
10.Ik zou graag willen surfen.Me gustaría hacer .  
11.op een afstand vanA una de  
12.15 [vijftien]15 [ ]  
13.Ik heb om tien uur (’s ochtends) een afspraak.(Yo) la cita a las diez (de la mañana).  
14.Waar is de wasmachine?¿ está la lavadora?  
15.Zullen we naar het strand gaan?¿ que vayamos a la playa?