50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


08/08/2020
41
0
0:00 sec
Yes
Test 41      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.zijn medicijn innemenTomar su medicina / Tomar remedio  
2.Jij leert Spaans. español.  
3.Heb je een handdoek?¿Tienes una ?  
4.Vandaag hebben we tijd.Hoy tiempo.  
5.Komt u vaker hier?¿Viene (usted) mucho por ?  
6.dat is erg vriendelijk van u / dat is erg aardig van uEs amable de su parte  
7.Nee, absoluut niet. , en absoluto.  
8.De douche werkt niet. ducha no funciona.  
9.ik wilde net weggaanEstaba a punto irme  
10.Is deze plaats vrij?¿Está esta silla?  
11.Hoeveel keer?¿ veces?  
12.ik ben aan de beurt / het is mijn beurtMe a mí  
13.Waar is het kleedhokje?¿Dónde el vestuario?  
14.juli, augustus, september, , agosto, septiembre,  
15.hij komt de kamer in / hij komt de kamer binnen(Él) entra en cuarto