50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/26/2020
79
0
0:00 sec
Yes
Test 79      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Doe de radio aan!¡Pon la !  
2.Ik wil graag een kamer met bad. una habitación con baño.  
3.Ik heb pennen en viltstiften nodig.(Yo) necesito y marcadores.  
4.Kunt u mij een schijfje citroen brengen?Tráigame un de limón.  
5.Kunt u voor mij een taxi bellen?Por favor, un taxi.  
6.Het is zonnig.Hace .  
7.Het is heet vandaag.Hace calor .  
8.U moet drie dagen bed houden.Permanezca la cama durante tres días.  
9.Hoe gaat het met u?¿Cómo está (usted)? / ¿Qué tal le ?  
10.aan de verkeerde kantDel equivocado  
11.Ik wil naar de supermarkt om groenten en fruit te kopen.Quiero ir al supermercado para comprar frutas y .  
12.iets anders cosa / Algo distinto  
13.Komt u morgen bij me!¡Venga a mi mañana!  
14.Ik wil graag een groenteschotel.Querría un plato verduras.  
15.De verwarming doet het niet.La no funciona.