50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


09/29/2020
88
0
0:00 sec
Yes
Test 88      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Wat kan ik voor u doen?¿En lo / la puedo ayudar?  
2.Ik wil naar de opticien.Quiero ir a óptica.  
3.Ik begrijp het!¡ !  
4.Waar is de badkamer?¿ está el baño?  
5.Mag ik de kaart, alstublieft? la carta, por favor.  
6.Wat wilt u?¿Qué usted?  
7.dat is aardig van je muy amable  
8.Zijn er slaapwagens in de trein?¿ coche-cama el tren?  
9.naar de radio luisterenEscuchar la  
10.Het is dinsdag, 17 april.Estamos a 17 de abril.  
11.Ik wil graag volpension. estar a pensión completa.  
12.dat is een goed ideeEs una idea  
13.vanaf vandaagA partir de  
14.Dat is heel eenvoudig. muy fácil.  
15.niet veel mucho / No gran cosa