50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/16/2019
85
0
0:00 sec
Yes
Test 85      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.de hele stadtoute la  
2.Dat park vind ik mooi.Ce parc plaît.  
3.men moet werken faut travailler.  
4.Waar kan je postzegels kopen? acheter des timbres?  
5.Ik wil een boek kopen.Je veux un livre.  
6.vanmiddagcet / après-midi  
7.ik vraag me af waaromje me pourquoi  
8.een kwartaaltrois / un trimestre  
9.Zullen we naar een winkelcentrum gaan? nous allions dans le grand magasin?  
10.Ik laat het u zien.Je vous .  
11.ik heb het warmJ’ai .  
12.Ik wil graag iets goedkopers.Je voudrais quelque chose moins cher.  
13.Zie je dat dorp daar? le village?  
14.Juist! / Inderdaad!C’est cela ! / C’est ça!  
15.Er is een ongeluk gebeurd.Un accident produit.