50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/24/2020
87
0
0:00 sec
Yes
Test 87      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.zonder twijfelsans doute  
2.13 [dertien]13 [ ]  
3.Wanneer eindigt de rondleiding?Quand termine la visite?  
4.31 [eenendertig]31 [ et un]  
5.Waar is de WC? / het toilet?Où sont les toilettes? / Où se trouvent les ?  
6.Wij zoeken een apotheek.Nous une pharmacie.  
7.naar vorenen / vers l’avant  
8.Ik heb een tweepersoonskamer nodig. besoin d’une chambre double.  
9.schoonmaken  
10.De film is helemaal nieuw.Le film tout nouveau.  
11.waarschijnlijk komt hij vandaag nietIl ne vraisemblablement pas aujourd’hui.  
12.12 [twaalf]12 [ ]  
13.De banden zijn zwart.Les pneus noirs.  
14.De kelder is beneden.La cave est bas.  
15.Ik vind dat lelijk. trouve ça laid.