50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/24/2020
80
0
0:00 sec
Yes
Test 80      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.met de bus gaanvoziti busom  
2.Ik wil graag een glas rode wijn. bih rado čašu crnog vina.  
3.Rookt u?Pušite ?  
4.De vrouw houdt van sinaasappel- en grapefruitsap.Gospođa sok od naranče i grejpa.  
5.Ik vind dat vreselijk.Mislim da to strašno.  
6.Wij willen graag lunchen.Htjeli / htjele ručati.  
7.Ik maak de badkamer schoon.Ja čistim .  
8.Waar zijn de glazen? su čaše?  
9.Ik wil graag een voorgerecht.Htio / htjela predjelo.  
10.Waar zijn de leeuwen?Gdje su ?  
11.een reis maken / op reis gaan  
12.van het begin tot het eindod do kraja  
13.57 [zevenenvijftig]57 [ i sedam]  
14.Heb jij een nieuwe keuken?Imaš li novu ?  
15.oktober, november en december.listopad, i prosinac.