50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


12/05/2020
2
0
0:00 sec
Yes
Test 2      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Wij zijn hier.Noi siamo .  
2.van boven  
3.Ik ben al een jaar werkloos. disoccupato da un anno ormai.  
4.hij studeert in Berlijnstudia all'università di  
5.Hij spreekt Engels.Lui parla .  
6.Wat is er op televisie?Cosa c’è in ?  
7.Waar zijn de neushoorns? sono i rinoceronti?  
8.Zijn er nog kaartjes voor het theater?Ci sono ancora biglietti il teatro?  
9.Komt u uit Azië? dall’Asia?  
10.met winst verkopen con profitto  
11.op de vroege ochtend / op de vroege morgen prima mattina / all'alba  
12.heel veel mensenmoltissima  
13.Wat draait er vanavond in de bioscoop?Cosa c’è al cinema?  
14.dat kan zijnpuò darsi / essere  
15.Wanneer komt de trein in Amsterdam aan?A che ora arriva il treno a ?