50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/19/2019
37
0
0:00 sec
Yes
Test 37      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.met Pasena  
2.ik ook nietneanch'io / nemmeno / neppure  
3.Kunt u dat herhalen. / Wilt u dat herhalen.Ripeta, per .  
4.geen zin hebbennon voglia  
5.op de trap scale  
6.Ik heb een trui.Ho maglione.  
7.het licht aandoenaccendere la  
8.Wilt u dat met rijst?Lo vuole il riso?  
9.Nietwaar?Non è ?  
10.het doet me pijn fa male  
11.over twee weken quindici giorni  
12.om vergeving vragen / zich verontschuldigenchiedere / perdono a  
13.Ik heb altijd rugpijn.Ho sempre dolori alla / mal di schiena.  
14.Spreekt u alstublieft langzaam.Parli , per favore.  
15.om vijf uur 's middagsalle 5 pomeriggio