50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


07/03/2020
38
0
0:00 sec
Yes
Test 38      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Kom eens langs!Vieni a trovarmi qualche !  
2.Waar is er een dokter? un dottore?  
3.in bed liggen a letto  
4.Je hebt een kam, een tandenborstel, en tandpasta nodig.Hai bisogno di un pettine, spazzolino e del dentifricio.  
5.Welk nummer heeft u gekozen?Che numero fatto?  
6.er is niemandnon c'è nessuno / non anima viva  
7.Wilt u dat met pasta?Lo vuole con pasta?  
8.Heeft u een kat? un gatto?  
9.Welk lesmateriaal gebruikt u?Che libro testo utilizza?  
10.Mijn man werkt als arts. marito è medico.  
11.Waar is de dichtstbijzijnde telefooncel?Dov’è la prossima telefonica?  
12.We spelen voetbal. a calcio.  
13.vandaag algià  
14.De sinaasappel is oranje.L’arancia arancione.  
15.Gisteren – vandaag – morgenIeri – oggi –