50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


07/10/2020
85
0
0:00 sec
Yes
Test 85      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.de hele stad la città  
2.Dat park vind ik mooi.Questo parco qui piace.  
3.men moet werken lavorare  
4.Waar kan je postzegels kopen?Dove si possono comprare francobolli?  
5.Ik wil een boek kopen. comprare un libro.  
6.vanmiddag dopopranzo / nel pomeriggio  
7.ik vraag me af waarommi domando  
8.een kwartaaltre mesi / trimestre  
9.Zullen we naar een winkelcentrum gaan?Andiamo un centro commerciale?  
10.Ik laat het u zien. faccio vedere / insegno io.  
11.ik heb het warmho caldo / caldo  
12.Ik wil graag iets goedkopers.Vorrei di meno costoso.  
13.Zie je dat dorp daar?Vedi villaggio lì?  
14.Juist! / Inderdaad!Giusto! / !  
15.Er is een ongeluk gebeurd.C’è stato un .