50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


02/26/2021
3
0
0:00 sec
Yes
Test 3      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.naar huis gaan家に帰  
2.Wat is hij groot!なんて大き のでしょう。 
3.de / het eerste一人  
4.Goed, ik neem de kamer.この部 にします。 
5.Je moet onze koffer inpakken!あなたは私達のスーツケースを準 しなくてはいけません。 
6.Vandaag draait er een goede film. 日はいい映画をやっています。 
7.Wanneer bent u geboren?あなたはいつ生まれ したか。 
8.wij zijn op pagina vijf / wij zijn op bladzijde vijf5ページ います 
9.naar achteren ろに 
10.Ik heb een takeldienst nodig.レッカー移動が必要 す。 
11.Eet je ook graag paprika?パプリカも好きで か? 
12.Hoeveel kost het naar de luchthaven?空港までいく ですか? 
13.iemand / de een of ander / wie dan ook こかの誰か 
14.de krant lezen新聞 読む 
15.De vijfde dag is vrijdag. 日目は金曜日です。