50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


06/23/2021
2
0
0:00 sec
Yes
Test 2      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Wij zijn hier.(My) tutaj.  
2.van bovenz  
3.Ik ben al een jaar werkloos.Już od roku bezrobotny / bezrobotna.  
4.hij studeert in Berlijn studiuje w Berlinie  
5.Hij spreekt Engels.On mówi po .  
6.Wat is er op televisie?Co w telewizji?  
7.Waar zijn de neushoorns? są nosorożce?  
8.Zijn er nog kaartjes voor het theater?Czy są jeszcze bilety do ?  
9.Komt u uit Azië?Pochodzi pan / pani z Azji? / Pochodzą państwo z ?  
10.met winst verkopensprzedać z  
11.op de vroege ochtend / op de vroege morgenwczesnym rankiem / rano  
12.heel veel mensenbardzo dużo  
13.Wat draait er vanavond in de bioscoop?Co grają dzisiaj wieczorem w ?  
14.dat kan zijn jest możliwe  
15.Wanneer komt de trein in Amsterdam aan?O której ten pociąg w Amsterdamie?