50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


01/20/2021
42
0
0:00 sec
Yes
Test 42      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Welke kleur heeft de kers? Rood.Jaki ma czereśnia? Czerwony.  
2.Is dat een directe vlucht? jest to lot bezpośredni?  
3.Wanneer gaat de volgende trein naar Londen? odjeżdża następny pociąg do Londynu?  
4.Hij leest. czyta.  
5.Blijft u aan de lijn!Proszę poczekać telefonie!  
6.hij spreekt Franson francuski  
7.Laat ons naar het zwembad gaan.Pójdziemy na ?  
8.Bij welke verzekeringsmaatschappij bent u verzekerd? jest pan / pani ubezpieczony / ubezpieczona?  
9.rechts rijden w prawo  
10.Hoe lang kun je hier parkeren?Jak długo można parkować?  
11.ik haal je op / ik haal je af cię  
12.Ik zoek een fotowinkel.Szukam fotograficznego.  
13.Hoe bevalt u ...?Jak Panu podoba ...?  
14.Ik kijk alleen maar. się rozglądam.  
15.De kamers werden niet goed schoongemaakt.Pokoje sprzątnięte bardzo niedokładnie.