50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


07/03/2020
81
0
0:00 sec
Yes
Test 81      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Wat is uw moedertaal?Jaki pana / pani język ojczysty?  
2.Maak het uzelf gemakkelijk!Proszę się !  
3.tamelijk veel / nogal veel dużo  
4.Daar is een sofa en een fauteuil. jest kanapa i fotel.  
5.Bel de politie!Proszę wezwać policję! pan / pani wezwie policję!  
6.een beetje geld / wat geldtrochę  
7.De zevende maand is juli.Siódmy miesiąc to .  
8.Ik wil graag twee spiegeleieren. dwa jajka sadzone.  
9.Het spijt me, maar morgen lukt me niet.Przykro mi, jutro nie .  
10.De baby houdt van melk. dziecko lubi mleko. / To dziecko chce mleko.  
11.Kan men ook kaartjes reserveren?Czy można bilety?  
12.Houd je van varkensvlees?Lubisz ?  
13.Hij heeft geen tijd.On nie czasu.  
14.drie meter diktrzy metry  
15.Hoeveel kost een kaartje? kosztuje bilet?