50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


08/06/2020
85
0
0:00 sec
Yes
Test 85      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.de hele stadcałe  
2.Dat park vind ik mooi.Podoba mi się park.  
3.men moet werkentrzeba  
4.Waar kan je postzegels kopen?Gdzie można znaczki pocztowe?  
5.Ik wil een boek kopen. kupić książkę.  
6.vanmiddag popołudniu  
7.ik vraag me af waarompytam się  
8.een kwartaal  
9.Zullen we naar een winkelcentrum gaan?Pójdziemy domu handlowego?  
10.Ik laat het u zien.Pokażę panu / .  
11.ik heb het warmjest mi / gorąco  
12.Ik wil graag iets goedkopers.Chciałbym coś .  
13.Zie je dat dorp daar?Widzisz tam tę ?  
14.Juist! / Inderdaad!Dobrze! / Zgadza !  
15.Er is een ongeluk gebeurd. się wypadek.