50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/28/2020
88
0
0:00 sec
Yes
Test 88      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Wat kan ik voor u doen?Co mogę pana / pani zrobić?  
2.Ik wil naar de opticien. iść do optyka.  
3.Ik begrijp het! .  
4.Waar is de badkamer? jest łazienka?  
5.Mag ik de kaart, alstublieft? kartę dań.  
6.Wat wilt u?Czego Pan sobie ?  
7.dat is aardig van jeto miło z strony  
8.Zijn er slaapwagens in de trein?Czy w tym pociągu jest wagon ?  
9.naar de radio luisterenSłuchać  
10.Het is dinsdag, 17 april.Mamy , 17 kwietnia.  
11.Ik wil graag volpension. pełne wyżywienie.  
12.dat is een goed ideeto pomysł  
13.vanaf vandaag dzisiaj  
14.Dat is heel eenvoudig.To jest całkiem .  
15.niet veel