50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/23/2020
2
0
0:00 sec
Yes
Test 2      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Wij zijn hier.Nós aqui.  
2.van bovende  
3.Ik ben al een jaar werkloos.Eu já estou desempregado /-a um ano.  
4.hij studeert in Berlijnele um curso superior / (Bras.:) estuda em Berlim  
5.Hij spreekt Engels.Ele fala .  
6.Wat is er op televisie?O que é que está a dar na ?  
7.Waar zijn de neushoorns?Onde é que estão os ?  
8.Zijn er nog kaartjes voor het theater?Ainda há para o teatro?  
9.Komt u uit Azië?Você da Ásia?  
10.met winst verkopen com lucro  
11.op de vroege ochtend / op de vroege morgende manhã cedo / madrugada  
12.heel veel mensenmuitas  
13.Wat draait er vanavond in de bioscoop?O que há hoje noite no cinema?  
14.dat kan zijnpode / é possível  
15.Wanneer komt de trein in Amsterdam aan? é que o comboio chega a Amsterdão?