50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


06/19/2021
33
0
0:00 sec
Yes
Test 33      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Is het museum donderdags geopend?O está aberto às quintas-feiras?  
2.Ik wil naar de krantenwinkel om een krant te kopen.Eu ir ao quiosque para comprar um jornal.  
3.Ik wil graag een kamer met douche.Gostaria de um com chuveiro.  
4.Dat is geweldig!Isso é / grandioso / fantástico!  
5.Japan ligt in Azië.O Japão fica Ásia.  
6.het is precies vijf uursão exactamente cinco  
7.zin hebben omter vontade  
8.Zij leren Russisch.Eles / Elas aprendem .  
9.Ga links de hoek om.Vire esquerda na esquina.  
10.Goedemorgen! / Goedendag! dia!  
11.De zevende dag is zondag.O sétimo dia é domingo.  
12.een been brekenpartir a perna / (Bras.:) a perna  
13.Hoe lang duurt de reis naar Berlijn?Quanto é que demora a viagem para Berlim?  
14.Mag ik een betalingsbewijs?Por favor, dê-me um .  
15.een eigen auto / wagen hebbenter viatura própria / ter próprio