50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/14/2019
35
0
0:00 sec
Yes
Test 35      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Hoe bevalt het u bij ons?(Você) gosta de estar?  
2.Opent u dit pakket. este pacote.  
3.Dit is mijn gitaar.Aqui está a guitarra.  
4.een bad nementomar banho  
5.Hij spreekt meerdere talen. fala várias línguas.  
6.op de marktno mercado / feira  
7.'s nachtsde noite / durante a  
8.Heeft de trein vertraging?O comboio atrasado?  
9.Het is koud. frio.  
10.Ik wil graag geld van mijn rekening afhalen.Eu levantar dinheiro da minha conta.  
11.koorts hebbenTer febre / temperatura .  
12.met de bal spelenjogar  
13.bezoek / gasten hebbenter convidados /  
14.Gaat u met de skilift naar boven?Você vai subir com o ?  
15.hij kan elk moment hier zijn / hij kan elk ogenblik hier zijna qualquer momento ele estará / estar aqui