50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


08/10/2020
40
0
0:00 sec
Yes
Test 40      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Hoe hoog zijn de kosten?Qual a taxa?  
2.rustig slapendormir  
3.Mag ik de rekening? trazer-me a factura? / (Bras.:) Me faz a conta por favor?  
4.van links naar rechtsda para a direita  
5.Vandaag werk ik niet. não trabalho.  
6.in de auto gaan zittensentar-se no carro / no carro  
7.naar mijn meninga meu ver / a minha opinião  
8.In de dierentuinNo zoológico  
9.Kijk op de klok hoe laat het is!Veja no que horas são!  
10.steeds mindercada vez menos / menos  
11.Londen is een hoofdstad. é uma capital.  
12.Waar is het volgende tankstation?Onde é que fica a próxima de gasolina?  
13.45 [vijfenveertig]45 [quarenta e ]  
14.Lente, zomer,A , o verão,  
15.te koop venda