50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


11/24/2020
3
0
0:00 sec
Yes
Test 3      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.naar huis gaan  
2.Wat is hij groot!Så stor han !  
3.de / het eerste / det första  
4.Goed, ik neem de kamer.Bra, jag rummet.  
5.Je moet onze koffer inpakken!Du måste packa vår !  
6.Vandaag draait er een goede film.I kväll går det en film.  
7.Wanneer bent u geboren? är ni född?  
8.wij zijn op pagina vijf / wij zijn op bladzijde vijfvi är sidan fem  
9.naar achteren  
10.Ik heb een takeldienst nodig.Jag behöver en .  
11.Eet je ook graag paprika?Äter också gärna paprika?  
12.Hoeveel kost het naar de luchthaven? kostar det till flygplatsen?  
13.iemand / de een of ander / wie dan ookvem helst  
14.de krant lezen tidningen  
15.De vijfde dag is vrijdag.Den femte dagen är .