50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Elementare:


10/24/2020
41
0
0:00 sec
Yes
Test 41      |
|
Vai al test:

0/15

Clicca una parola!
1.prendere la medicinazijn innemen  
2.Tu studi lo spagnolo.Jij Spaans.  
3.Hai un asciugamano?Heb een handdoek?  
4.Oggi abbiamo tempo. hebben we tijd.  
5.Viene spesso qui?Komt u hier?  
6.Lei è molto gentiledat is erg vriendelijk van u / dat is aardig van u  
7.No, affatto.Nee, niet.  
8.La doccia non funziona.De douche werkt .  
9.stavo per uscireik wilde weggaan  
10.È libero questo posto?Is deze vrij?  
11.Quante volte? keer?  
12.tocca a meik ben de beurt / het is mijn beurt  
13.Dov’è lo spogliatoio?Waar is kleedhokje?  
14.Luglio, agosto, settembre, , augustus, september,  
15.entra nella stanzahij de kamer in / hij komt de kamer binnen