Testen 41



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Fri Jan 09, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Hij spreekt Engels.
Il parle   See hint
2. Zij kijkt naar een film.
regarde un film   See hint
3. Waar zijn de glazen?
les verres ?   See hint
4. Zie je dat dorp daar?
le village ?   See hint
5. Graag nog zout en peper.
du sel et du poivre, s’il vous plaît   See hint
6. Hoeveel kost het naar het station?
Combien que ça coûte jusqu’à la gare ?   See hint
7. Waar zijn de gorilla’s en de zebra’s?
Où sont les et les zèbres ?   See hint
8. Kun je zwemmen?
nager ?   See hint
9. Vandaag maak ik noedelsoep.
Je me prépare une soupe de aujourd'hui   See hint
10. De koffie is nog heet.
Le est encore chaud   See hint