Testen 39



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sun Jan 04, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Landen en talen
e línguas   See hint
2. Zij werkt op kantoor.
trabalha no escritório   See hint
3. Zal ik de aardappelen schillen?
Vou as batatas?   See hint
4. Zie je die toren daar?
Você está a torre?   See hint
5. Een gekookt ei?
Um ovo ?   See hint
6. Kun je hier ski’s huren?
alugar esquis aqui?   See hint
7. Daar is een restaurant.
tem um restaurante   See hint
8. Heb je een zwembroek?
Você tem calções de ?   See hint
9. Mis je iets?
Está alguma coisa?   See hint
10. Morgen is het dinsdag.
é terça-feira   See hint