Testen 32



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sun Jan 04, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Jij leert Spaans.
Tu apprends   See hint
2. Drink je cola met rum?
Bois-tu du avec du rhum ?   See hint
3. Wie maakt de ramen schoon?
Qui nettoie les ?   See hint
4. Hier is mijn rijbewijs.
Voici mon permis de   See hint
5. Ik wil graag fruit of kaas.
Je voudrais un fruit ou du   See hint
6. Wij zitten op de verkeerde weg.
Nous sommes sur le mauvais   See hint
7. Ik heb een fototoestel.
J’ai un photo   See hint
8. De scheidsrechter komt uit België.
vient de Belgique   See hint
9. Mijn bed staat in de slaapkamer.
lit est dans la chambre   See hint
10. Het briefje ligt onder de tafel.
La note est sous la   See hint