50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Basic:


09/17/2021
89
0
0:00 sec
Yes
Test 89      |
|
Go to test:

0/15

Click on a word!
1.at this moment / just nowop dit moment / op ogenblik  
2.Good night!Goedenacht! / !  
3.in fine weatherbij mooi  
4.I want to buy rolls and bread.Ik wil broodjes brood kopen.  
5.I''d like a bottle of champagne.Ik wil graag een fles .  
6.to be serious ernstig / werkelijk menen  
7.to take painsmoeite  
8.I need a cupboard and a chest of drawers.Ik een kast en een commode nodig.  
9.Where is the cutlery / silverware (am.)?Waar is het ?  
10.But speaking and writing is difficult.Maar spreken en is moeilijk.  
11.She works at an office. werkt op kantoor.  
12.53 [fifty-three]53 [ ]  
13.in this mannerop deze  
14.to put on one''s coat jas aantrekken  
15.There has been an accident. was een ongeluk.