50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Basic:


01/18/2021
3
0
0:00 sec
Yes
Test 3      |
|
Go to test:

0/15

Click on a word!
1.to go homenaar huis  
2.How tall he is!Wat is groot!  
3.the first / het eerste  
4.Fine, I’ll take the room.Goed, neem de kamer.  
5.You have to pack our suitcase! moet onze koffer inpakken!  
6.A good film is playing today.Vandaag draait er een goede .  
7.When were you born?Wanneer bent u ?  
8.we are on page 5wij zijn op vijf / wij zijn op bladzijde vijf  
9.backwardsnaar  
10.I need a towing service.Ik heb een takeldienst .  
11.Do you also like to eat peppers?Eet je ook graag ?  
12.What does it cost to go to the airport? kost het naar de luchthaven?  
13.somebody / anybodyiemand / de een of ander / wie dan  
14.to read the paperde krant  
15.The fifth day is Friday. vijfde dag is vrijdag.