Testen 1



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Thu Feb 29, 2024

0/10

Klik op een woord
1. ik en jij
ich du   See hint
2. een, twee, drie
eins, , drei   See hint
3. Het kind houdt van chocolademelk en appelsap.
Das Kind Kakao und Apfelsaft.   See hint
4. De afwas is vuil.
Das ist schmutzig.   See hint
5. Ik wil graag naar de luchthaven.
möchte zum Flughafen.   See hint
6. Houd je van varkensvlees?
Magst Schweinefleisch?   See hint
7. Waar is de bushalte?
Wo ist Bushaltestelle?   See hint
8. Waar is het kasteel?
Wo ist Schloss?   See hint
9. Neem zonnecrême mee.
Nimm mit.   See hint
10. Ik heb een boormachine en een schroevendraaier nodig.
brauche einen Bohrer und einen Schraubenzieher.   See hint