Testen 1



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Fri Feb 23, 2024

0/10

Klik op een woord
1. ik en jij
ja ty   See hint
2. een, twee, drie
jeden, , trzy   See hint
3. Het kind houdt van chocolademelk en appelsap.
To lubi kakao i sok jabłkowy. / To chce kakao i sok jabłkowy.   See hint
4. De afwas is vuil.
Naczynia brudne.   See hint
5. Ik wil graag naar de luchthaven.
Chciałbym / dostać się na lotnisko.   See hint
6. Houd je van varkensvlees?
wieprzowinę?   See hint
7. Waar is de bushalte?
Gdzie przystanek autobusowy?   See hint
8. Waar is het kasteel?
Gdzie zamek?   See hint
9. Neem zonnecrême mee.
Zabierz ze krem przeciwsłoneczny.   See hint
10. Ik heb een boormachine en een schroevendraaier nodig.
wiertarkę i wkrętak.   See hint