Testen 1



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sun Feb 25, 2024

0/10

Klik op een woord
1. ik en jij
yo tú   See hint
2. een, twee, drie
, dos, tres   See hint
3. Het kind houdt van chocolademelk en appelsap.
niño / A la niña le gustan el cacao y el zumo de manzana.   See hint
4. De afwas is vuil.
La vajilla sucia.   See hint
5. Ik wil graag naar de luchthaven.
Me gustaría ir al ,   See hint
6. Houd je van varkensvlees?
¿Te gusta la carne de ,   See hint
7. Waar is de bushalte?
, está la parada del autobús?   See hint
8. Waar is het kasteel?
, está el castillo?   See hint
9. Neem zonnecrême mee.
Lleva crema contigo .   See hint
10. Ik heb een boormachine en een schroevendraaier nodig.
necesito un taladro y un destornillador.   See hint