50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


01/20/2021
3
0
0:00 sec
Yes
Test 3      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.naar huis gaan Hause gehen  
2.Wat is hij groot!Wie groß er !  
3.de / het eersteder, die, erste  
4.Goed, ik neem de kamer.Gut, ich nehme das .  
5.Je moet onze koffer inpakken!Du unseren Koffer packen!  
6.Vandaag draait er een goede film.Heute läuft ein Film.  
7.Wanneer bent u geboren?Wann sind geboren?  
8.wij zijn op pagina vijf / wij zijn op bladzijde vijfwir auf Seite 5  
9.naar achterennach  
10.Ik heb een takeldienst nodig.Ich einen Abschleppdienst.  
11.Eet je ook graag paprika?Isst du auch Paprika?  
12.Hoeveel kost het naar de luchthaven?Was kostet es bis zum ?  
13.iemand / de een of ander / wie dan ook  
14.de krant lezendie Zeitung  
15.De vijfde dag is vrijdag.Der Tag ist Freitag.